Vierde Zondag in de Veertigdagentijd
‘Zie je dat niet? De moed te onderscheiden’ met Joh. 9: 1-13
Op deze zondag staat het werkwoord ‘zien’ centraal. Wat zien wij om ons heen? Wat zien wij en wat zien wij niet? En hoe kan het dat soms een ander ons aanstoot en vervolgens de vraag stelt ‘Zie je dat?’ Of: ‘Zie je dat niet?’ In de Bijbel heeft het werkwoord ‘zien’ altijd een waardevolle betekenis, een betekenis die vooral mensen recht wil doen en een leven zichtbaar wil maken waarin iedereen zijn of haar levensweg ontdekt en mag zien; mag zien welk leven jou gegund is om het goede, om zegen te ontvangen en tot zegen te zijn. Soms is er moed voor nodig om die weg te ontdekken of om die weg te gaan, waar de massa of de menigte zo hun gedachten en systemen van hoe het hoort klaar hebben, zoals we ook ontdekken in de Bijbeltekst uit het Evangelie van Johannes 9: 1-13. Welke moed vraagt het van ons te zien hoe ons leven gaat en welk leven ook ons is gegund om het goede, om zegen te ontvangen en tot zegen, ‘tot iets moois voor anderen’, te zijn?