Het was tijdens de slotviering van de CMERK.
De inspirerende, bemoedigende en verbindende CMERK liep haast ten einde. We namen plaats in de grote zaal waar de viering begon. Over mijn schouder zag ik broeders en zusters van onze samenwerkende Doopsgezinde Gemeenten te Zaandam en Krommenie, uit Fryslân, Nederland, Duitsland, Colombia, Zwitserland en meer. Ook zag ik broeders en zusters die ik had leren kennen dankzij de CMERK waardoor ook nieuwe verbindingen waren ontstaan.
Verbindingen door persoonlijke gesprekken en door met elkaar te bespreken wat er op de CMERK gebeurde en daardoor met onszelf. En nu was daar de slotviering met in zich geborgen een dimensie van afscheid, waar het net begonnen leek te zijn.
Tijdens de slotviering klonk het verhaal van de Emmaüsgangers, dat bijzondere verhaal uit Lukas 24 waarin twee vrienden afscheid lijken hebben genomen van hun hoop op een nieuwe weg van vrede met Jezus, maar hem als de opgestane herkennen door het verdiepende geloofsgesprek en het breken en delen van het levensbrood. Alsof ze ‘Glimpse of God’ ervoeren toen zij spraken over het geloof en het levensbrood deelden met elkaar. Net als de ‘glimpses of God’ die tijdens de CMERK werden gedeeld en gekoesterd werden? En de avondgebeden hiermee omringd werden zodat het in licht bleef in het donker. Alsof wij het niet weer donker wilden laten worden zoals met de woorden uit Lucas 24: 29 ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’
En tegelijkertijd bewogen wij ons in geloof en dansten volop in de slotviering. Maar ook in een intense stilte deelden we het brood en de wijn met ruim 700 aanwezigen waarin zachtjes onze gedachten en gebeden geborgen werden. Zo gingen mijn gedachten uit naar verhalen die mensen persoonlijk hadden gedeeld en als zegen hadden ervaren. Verhalen die ik koester en herberg zonder deze te delen op papier, omdat ze in vertrouwen zijn toevertrouwd en de zegen ervan zichtbaar werd in tranen van ontroering als glimp van God in het midden van CMERK. Alsof onze ogen zich openden en zegen ervaren werd door te delen wat ten diepste raakt aan de beweging door het geloof dat zo vaak aan het zicht of aan het licht is onttrokken (naar Lucas 24: 31).
Plotseling rolde er traan over mijn wang, aan het einde van die slotviering. Niet alleen geraakt door het einde ervan, maar doordat we allen uitgenodigd werden onze naaste te zegenen met de Gods zegen en hem en haar te laten weten tot zegen te zijn. Een gebaar dat snel gedaan kan worden door elkaar de hand te schudden, de zegen te wensen en dan naar de volgende. Of te ervaren dat iemand voor je gaat staan, je in je ogen aankijkt, de tijd neemt om je te zegen met Gods zegen en deelt dat je een zegen bent, en je daarbij bij name noemt, herkent. Om zo zelf ook die a(A)nder te ontmoeten en te zegen.
Door Margarithe Veen